Inzichten
𝗪𝗮𝗮𝗿𝗼𝗺 𝗹𝗼𝗼𝗽𝘁 𝗰𝗶𝗿𝗰𝘂𝗹𝗮𝗶𝗿 𝗯𝗼𝘂𝘄𝗲𝗻 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿 𝗼𝗽 𝗱𝗲 𝗰𝗶𝗿𝗰𝘂𝗹𝗮𝗶𝗿𝗲
De circulaire economie groeit duidelijk. Nieuwe businessmodellen rond hergebruik, leasing, herstel en terugname vinden steeds meer hun weg naar de markt.
Maar in de bouw lijkt die omslag veel trager te gaan. Misschien omdat een gebouw nu eenmaal een moeilijk product is om circulair te maken.
Een gebouw gaat tientallen jaren mee. De bouwheer die vandaag extra investeert in losmaakbaarheid, is misschien niet degene die daar later de waarde van terugziet.
Daarnaast werken architect, aannemer, producent, ontwikkelaar en sloper elk binnen hun eigen deel van de keten. En hergebruik brengt nog altijd extra vragen mee rond prijs, planning, aansprakelijkheid en certificering.
We weten volgens mij ondertussen vrij goed wat circulair bouwen betekent. Het probleem zit misschien minder in het ontwerp zelf, en meer in het systeem errond? We proberen circulair te bouwen binnen een bouwmodel dat nog grotendeels lineair georganiseerd is...
Waar zit volgens jullie vandaag de grootste blokkade: kostprijs, regelgeving, aansprakelijkheid of gewoonte?
~ the Zen Architect
𝗗𝗲 𝘄𝗮𝗮𝗿𝗱𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗷𝗲 𝗴𝗲𝗯𝗼𝘂𝘄 𝘇𝗮𝗹 𝘃𝗲𝗿𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗠-𝗽𝗲𝗶𝗹.
Vandaag kijken we bij gebouwen vooral naar zaken zoals locatie, EPC, oppervlakte en afwerking. Maar de komende jaren zal ook de materiaalimpact een steeds grotere rol spelen.
Europa stuurt daar duidelijk naartoe. Vanaf 2030 moet voor alle nieuwe gebouwen ook de klimaatimpact over de volledige levenscyclus berekend en gerapporteerd worden.
Niet alleen: hoeveel energie verbruikt een gebouw? Maar ook: hoeveel impact zit er in de materialen, de bouw, vervangingen en het einde van de levensduur?
Dat betekent dat de waarde van een gebouw in de toekomst niet alleen zal afhangen van hoe energiezuinig het is, maar ook van hoe slim en bewust het is opgebouwd.
Gebouwen die losmaakbaar zijn, aanpasbaar blijven en een lagere milieuimpact hebben, zouden wel eens een streepje voor kunnen krijgen.
Circulariteit is dus niet alleen een ecologisch verhaal. Het wordt stap voor stap ook een economisch verhaal.
~ the Zen Architect
𝗪𝗮𝗮𝗿𝗼𝗺 𝘃𝗼𝗲𝗹𝗲𝗻 𝗝𝗮𝗽𝗮𝗻𝘀𝗲 𝗿𝘂𝗶𝗺𝘁𝗲𝘀 𝘃𝗮𝗮𝗸 𝘇𝗼 𝗿𝘂𝘀𝘁𝗶𝗴 𝗮𝗮𝗻?
Omdat die rust meestal niet toevallig ontstaat.
Veel traditionele Japanse architectuur vertrekt vanuit het kiwari-systeem: een proportionele logica waarbij kolommen, balken, openingen en andere elementen in relatie tot elkaar worden gedimensioneerd. Daardoor ontstaat er een vanzelfsprekend ritme en voelt alles op elkaar afgestemd.
Ook de overgang tussen binnen en buiten is veel zachter. De engawa vormt een tussenruimte die niet helemaal binnen en niet helemaal buiten is, maar beide met elkaar verbindt.
En dan is er nog ma: de ruimte tussen de dingen. Leegte die niet gezien wordt als iets dat nog moet worden ingevuld, maar als een essentieel onderdeel van de ruimte.
Kiwari. Engawa. Ma. En dat zijn nog maar drie voorbeelden.
Toch vormen ze al een gigantisch contrast met de alledaagse Vlaamse woning. Net dat contrast vind ik interessant. Veel van die principes zijn ook hier bruikbaar.
Het zijn elementen die ik als architect probeer te vervlaamsen in een moderne nieuwbouw of verbouwing.
~ the Zen Architect
𝗗𝗲 𝘁𝘂𝗶𝗻 𝗶𝘀 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝗱𝗲𝗰𝗼𝗿 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿 𝗵𝗲𝘁 𝗿𝗮𝗮𝗺.
Als we over architectuur spreken, stopt het onderwerp nog vaak aan de gevel. Binnen wordt alles zorgvuldig bepaald: zichtlijnen, materialen, licht, verhoudingen. En buiten? Daar komt dan "de tuin". Maar voor mij hoort die even hard bij de architectuur. Waar staat een boom? Wat zie je vanuit de zetel? Waar valt het ochtendlicht? Welke plant of steen wordt vanuit binnen net het focuspunt?
Een raam kadert niet zomaar de buitenwereld. Het kadert een landschap dat je mee kunt ontwerpen. De mooiste relatie tussen binnen en buiten ontstaat volgens mij wanneer beide vanaf het begin als één geheel worden ontworpen.
~ the Zen Architect
𝗟𝗲𝗲𝗴𝘁𝗲 𝗶𝘀 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗹𝗼𝗿𝗲𝗻 𝗿𝘂𝗶𝗺𝘁𝗲.
We hebben de neiging om elke vierkante meter van een woning meteen een functie te geven.
Hier staat de zetel. Daar komt de eettafel. Dit is de bureau. En die hoek daar moet ook nog ergens voor dienen.
Maar misschien hoeft niet elke plek vooraf ingevuld te zijn.
In elk ontwerp probeer ik daarom ergens een zenruimte te laten onstaan. Geen kamer met één vastgelegde functie, maar een plek die bewust wat opener blijft.
Vandaag ligt er misschien een mat. Morgen spelen er kinderen. Later staat er een schildersezel, wordt het een leeskamer of blijft het gewoon even leeg.
De ruimte past zich niet aan één functie aan. Ze laat ruimte voor het leven dat erin komt.
En misschien is dat net wat leegte zo waardevol maakt.
Zoals stilte betekenis geeft aan muziek, kan leegte betekenis geven aan ruimte.
~ the Zen Architect